Daling in het aantal uren dat mensen werken

Het aantal uren dat mannen in hun leven werken is sinds het midden van de negentiende eeuw bijna gehalveerd. Gemiddeld werkten mannen die in 1840 geboren werden in hun leven ruim 118.000 uren. Mannen die in 1950 zijn geboren zullen gemiddeld bijna 67-duizend uren werken, een daling van 43 procent. Doordat mensen steeds langer zijn gaan leven is de daling nog sterker als het aantal gewerkte uren in procenten wordt genomen van het totale aantal uren waarover mensen in hun leven beschikken. Dit percentage is gedaald van 23 tot 9. Deze cijfers omvatten ook de mannen die nooit hebben gewerkt in hun leven of maar een kort arbeidsleven hebben gehad, bijvoorbeeld doordat zij op jonge leeftijd stierven of arbeidsongeschikt werden.

Iets meer dan de helft van de daling van het aantal arbeidsuren in een leven komt door de vermindering van de arbeidsduur per jaar. De werkweek is aanzienlijk verkort en het aantal vakantiedagen is toegenomen. Maar de daling van het aantal arbeidsuren in een arbeidsleven moet ook voor een belangrijk deel worden toegeschreven aan de verkorting van het arbeidsleven doordat kinderen langer op school bleven en ouderen eerder met werken stopten. De vermindering van de sterftekansen heeft echter een positief effect op het aantal gewerkte uren gehad. In het paper wordt verder ingegaan op de oorzaken van deze achterliggende ontwikkelingen.

De schattingen zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op CBS-gegevens over bevolking, beroepsbevolking, werkgelegenheid en werkloosheid naar geslacht en leeftijd. Gegevens over de gemiddelde jaarlijkse arbeidsduur zijn voor de periode na de tweede-wereldoorlog ontleend aan CBS-gegevens en voor de periode daarvoor aan een buitenlandse publicatie. Om tot bovengenoemde uitkomsten te komen, moesten overigens de nodige veronderstellingen en bijschattingen worden gemaakt. De uitkomsten zijn vergelijkbaar met Amerikaanse schattingen voor de periode 1840-1930.

Het is niet aannemelijk dat voor cohorten na 1950 de daling in het aantal arbeidsuren dat mannen tijdens hun leven werken verder zal doorzetten. In de arbeidsduur per jaar verandert weinig meer. We zien al enige tijd een stabilisering van de arbeidsdeelname van jongeren en een stijging van die van ouderen. Het overheidsbeleid is gericht op verlenging van het arbeidsleven. Dat is nodig omdat de verlenging van de levensduur doorgaat en de structurele stijging van de arbeidsproductiviteit relatief klein is. Mensen moeten in hun langere leven meer uren werken om een even hoog inkomen te behouden. Verlenging van het arbeidsleven is niet de enige manier om dit te bereiken; ook verhoging van de arbeidsparticipatie tijdens het arbeidsleven door bestrijding van werkloosheid en non-participatie kan hieraan bijdragen.

Op langere termijn is het minder duidelijk wat er zal gebeuren met het aantal arbeidsuren dat mannen tijdens hun arbeidsleven werken. De nieuwe technologische ontwikkelingen leiden mogelijk tot een nieuwe periode van sterke productiviteitsstijgingen, die een daling van het aantal arbeidsuren in een arbeidsleven mogelijk zouden maken. Maar dit hangt mede af van de vraag of een navenante stijging in de reële uurlonen zal optreden en, als dit het geval is, van de voorkeuren van mensen voor vrije tijd of inkomen. Verder zal het aantal uren dat mannen in hun leven werken afhangen van de verdeling van het onbetaalde werk binnen huishoudens. Een meer gelijke verdeling hiervan zou tot minder betaalde arbeidsuren van mannen en meer betaalde arbeidsuren van vrouwen kunnen leiden. Zeker nu het opleidingsniveau van vrouwen hoger is  geworden dan dat van mannen ligt deze ontwikkeling voor de hand. De ontwikkeling van het aantal betaalde arbeidsuren in het leven van vrouwen en de omvang en verdeling van onbetaald huishoudelijk werk is onderwerp van een nieuw paper.