Optimalisering van WerkLoont

In dit onderzoek zijn middellange-termijn schattingen gemaakt van de effecten van de Rotterdamse re-integratiemaatregel WerkLoont op uitkeringsgebruik en arbeidsparticipatie. Dit is een vervolg op een eerder onderzoek dat was gebaseerd op een experiment waarin een groep deelnemers aan WerkLoont is vergeleken met een controlegroep die alleen basisdienstverlening kreeg. Toen konden beide groepen over een jaar worden gevolgd. In het huidige onderzoek kon dit worden uitgebreid tot drie jaar.

Uit het onderzoek blijkt dat er na een jaar nog steeds verschillen zijn tussen deelnemers en controlegroep in de mate waarin men gebruik maakt van uitkeringen en betaald werk heeft. Deze verschillen worden in het tweede en derde jaar geleidelijk kleiner, maar over het tweede en derde jaar genomen is het gebruik van uitkeringen onder de deelnemersgroep nog steeds kleiner dan onder de controlegroep. Kijken we naar de besparingen op uitkeringen over de drie jaar, dan overtreffen deze de kosten van WerkLoont. Deze maatregel levert dus een positief financieel rendement op. De besparingen over het eerste jaar zijn nog niet voldoende om de kosten goed te maken. Dit illustreert het belang om bij evaluaties effecten over een langere termijn te meten.

Het onderzoek bevat ook een kwalitatief deelonderzoek naar de werkzame componenten van WerkLoont. Dit onderdeel bestaat uit een literatuuronderzoek en een aantal interviews en groepsgesprekken. Volgens de betrokken personen is WerkLoont vooral effectief voor meer vaardige en gemotiveerde deelnemers die weinig recente ervaring met solliciteren hebben. WerkLoont draagt maar in beperkte mate bij tot het wegnemen van persoonlijke knelpunten en omstandigheden die het zoeken naar en het vinden van werk bemoeilijken. Ook het vergroten van beroepscompetenties speelt slechts een kleine rol. Motivatie en afschrikking zijn volgens de respondenten belangrijke werkzame bestanddelen.

Het onderzoek is een coproductie van SEOR en de Faculteit der Sociale Wetenschappen (beide onderdeel van de Erasmus Universiteit) in het kader van de Kenniswerkplaats Stedelijke Arbeidsmarkt waarin beide samenwerken met de gemeente Rotterdam.