Rekenen in beeld

  • Posted By:
  • Nov 2016

In een eerder uitgevoerd experiment is onderzocht wat de invloed van de vorm van rekenopgaven is op de kans dat zij goed gemaakt worden. Daarbij worden twee vormen vergeleken: 1) de talige vorm, die ook de gangbare vorm is, waarbij een opgave vervat is in een verhaaltje, en 2) de beeldende vorm, waarbij de opgave een advertentie-achtige vorm heeft. Voorbeeld van de beeldende vorm is een afbeelding waarin een bord op een Rijksweg staat met de maximale snelheid en verder een bord met de afstand tot een bepaalde stad. De vraag is dan hoe lang je er minimaal over doet om die stad te bereiken. Op deze wijze correspondeert de opgave dus meer met wat je in het dagelijkse leven tegenkomt. De te toetsen hypothese was of dit hogere realiteitsgehalte ertoe leidt dat de kans groter is dat kinderen een opgave goed maken. Deze hypothese is getoetst door middel van een gerandomiseerd experiment, waarin scholieren zowel talige als beeldende opgaven moesten maken. Hieruit bleek dat gemiddeld genomen beeldende opgaven iets beter werden gemaakt, maar ook dat de verschillen tussen opgaven groot waren. Een eerste artikel op basis van het onderzoek is gepubliceerd in het tijdschrift ‘Studies in Educational Evaluation’.

Kees Hoogland, Birgit Pepin, Arthur Bakker, Jaap de Koning and Koeno Gravemeijer, Representing contextual mathematical problems in descriptive or depictive form: Design of an instrument and validation of its uses, in: Studies in Educational Evaluation, Volume 50, September 2016, Pages 22–32